Honig Breethuis | Zaandijk

Behangselschilderingen

Willem Uppink (1767-1849), behangselschilder

Bezoekers aan het Honig Breethuis zijn vaak aangenaam verrast wanneer ze de Tuinkamer van het huis betreden. De fraaie behangselschilderingen van Willem Uppink nemen je mee naar de jaren omstreeks 1830, toen het leven er rustiger aan toeging dan in onze tijd.

Meer lezen

Wie was Willem Uppink?

Hij werd in 1767 geboren in Amsterdam, waar hij zijn leven lang bleef wonen. Zijn leermeester is onbekend, maar mogelijk heeft hij het vak geleerd in een behangselatelier. In de 17e eeuw werd het voor welgestelden mode om de vertrekken van hun (grachten)huizen te decoreren met behangselschilderingen op doek, met mythologische voorstellingen of landschappen in Italiaanse of antieke stijl. Er ontstonden ateliers, ‘fabrieken’, waar complete kamersbehangsels seriematig door een team van schilders en assistenten werden gemaakt. Vermoedelijk heeft Uppink zelfstandig gewerkt, met wellicht alleen een knecht.

Voorloper van fotobehang

Vanaf de 18e eeuw lieten men de ‘mooie kamer’ voorzien van geschilderde geïdealiseerde Nederlandse landschapstaferelen. Net als ons fotobehang van de jaren 70 met ondergaande zonnen en bosgezichten, wilden ook de bewoners van toen een stukje natuur in huis halen. In een aantal Amsterdamse grachtenhuizen, maar ook elders, is nog geschilderd behangsel te vinden. Toen rond 1780 het (goedkopere) gedrukte papieren behang mode werd, liet men in veel gevallen de geschilderde behangsels verwijderen of plakte het papieren behang eenvoudigweg over de geschilderde taferelen.

Panorama's

In 1788 werd Uppink lid van het Amsterdamse St. Lucas- of Schildersgilde. In dat jaar maakte hij een portret van een schilder, vermoedelijk zichzelf, en een portret van zijn broer Harmanus, die amateurschilder was. In 1800 trouwde Uppink en ging later wonen aan de Amsterdamse Egelantiersgracht. Behalve behangsels maakte hij ook landschappen, tekeningen en enkele portretten. In 1805 nam zijn carrière een verrassende wending toen hij meewerkte aan een van de allereerste panorama’s in Nederland, een gezicht op Amsterdam. Mogelijk kwam die opdracht min of meer toevallig, want de oorspronkelijke schilder liet het kort na aanvang van het werk afweten en samen met een collega-schilder maakte Uppink het doek voor de opdrachtgever af. Het panorama was te zien in een ronde tent op het Leidseplein.
Een voorstudie van de hand van de oorspronkelijke maker, Andries Vermeulen, bevindt zich in het Stadsarchief Amsterdam en kon in begin 2009 geïdentificeerd worden. Anders dan het Panorama Mesdag bestaat het gezicht op Amsterdam niet meer en is het dus niet meer voor te stellen hoe Uppink het Amsterdam van toen schilderde.

Zaanse belangstelling

In Amsterdam bevinden zich in een pand aan één van de grachten drie kamers met in totaal dertig door Uppink geschilderde behangsels, die zich nog op de originele locatie bevinden. Ze werden gemaakt in 1812, 1813 en 1820. Wie het zeldzame voorrecht heeft in deze kamers rond te mogen rondwandelen, lijkt in een tijdmachine te stappen en waant zich in het Nederland van toen. Ook in de Zaanstreek was belangstelling voor Uppinks behangsels.
De schilderingen in het Honig Breethuis werden daar in 1830 aangebracht in opdracht van papierfabrikeur en toenmalig huiseigenaar Jacob Breet. Mogelijk zijn ze voor een deel uit een ander pand afkomstig. Willem Uppink is in de kunstgeschiedenis altijd een ‘kleine naam’ geweest; desondanks heeft hij een prachtige erfenis nagelaten, die pas nu op waarde geschat wordt. De schilderingen die de tuinkamer sieren dwingen bewondering af door de zorgvuldigheid van de figuren en de illusie van ‘buiten’. Ook de trompe-l'oeuilschilderingen in dezelfde kamer zijn waarschijnlijk van zijn hand. In de gemeente Zaanstad is nog een particuliere woning met een volledig ensemble door hem geschilderde behangsels. Ze werden gemaakt in 1832, in een tijd toen gedrukt papieren behang de eens modieuze geschilderde behangsels al zo goed als geheel had verdrongen. Anders dan de doeken in het Honig Breethuis lijken deze schilderingen als één geheel gemaakt.

Verborgen kwaliteiten

Reislustig was Uppink ook, want hij maakte tekeningen in Westbroek, Utrecht, en op het landgoed Beekhuizen bij Velp. De heuvellandschappen op het riviergezicht in de Zaandijkse Tuinkamer zijn misschien Duits van oorsprong. In 1833 maakte hij een prachtig en ingetogen damesportret, thans in de collectie van het Rijksmuseum. Uppink was dus een schilder met verborgen, maar ook grote kwaliteiten. Over zijn activiteiten op latere leeftijd is weinig bekend; wel zond hij in 1840 nog een werk naar de tentoonstelling van levende meesters in Amsterdam. Toen Uppink in 1849 stierf was het met de geschilderde behangsels allang voorbij en was papieren behang daarvoor in de plaats gekomen. Een aantal van zijn werken bevindt zich tegenwoordig in diverse particuliere collecties; het Rijksmuseum Twenthe in Enschede bezit nog een landschap van Uppink.