Honig Breethuis | Zaandijk

Hoogtepunten van het huis

De Zaankamer

Deze kamer werd in 1829-1830 gebouwd in opdracht van Jacob Cornelisz. Breet (1778-1847) en is nog vrijwel onveranderd. Het interieur is uitgevoerd in neoclassicistische stijl; het plafond is een imitatie van plafonds in gipsdecoratie maar hier uitgevoerd in hout. De middenrozet bestaat uit houtsnijwerk met een krans van druivenranken. De dubbele deur ('porte brisée') is eveneens classicistisch gedecoreerd, met snijwerk van antieke kopjes en bladerranken. Boven de schoorsteennis met kolomkachel is het wapenschild aangebracht van het familiebedrijf. Vanuit deze kamer heeft men nog altijd een prachtig uitzicht op de Zaan.

Meer lezen

De Tuinkamer

De Tuikamer werd in 1765 in opdracht van Jacob Cornelisz. Honig in rococostijl ingericht. De schoorsteenmantel met snijwerk en de spiegel zijn in deze stijl uitgevoerd. In 1830 liet Jacob Cornelisz. Breet de behangsels aanbrengen. Deze zijn gemaakt door de Amsterdamse behangselschilder Willem Uppink (1767-1849) en één van de laatste voorbeelden van deze vorm van decoratie. De landschappen zijn Hollands met Italianiserende invloeden. De doeken zijn in 2006 schoongemaakt en gerestaureerd en prijken nu weer in volle glorie.

Meer lezen over de behangselschilderingen

De Salon (verdieping)

Destijds leefde men bijna uitsluitend op de begane grond, waar men ook sliep. Alleen de meid had op de verdieping haar bodekamertje. De grote Salon was in gebruik voor officiële ontvangsten of voor familiebijeenkomsten waarbij werd gemusiceerd. De familie Breet stond bekend om haar grote muzikaliteit. De Duwaer-pianoforte uit 1830 wordt nog regelmatig bespeeld door professionele pianisten. Verder zijn er op de verdieping nog een kraamkamertje en een slaapkamer te vinden. Een ander vertrek is ingericht als kantoor uit 1830 met voorwerpen die aan het papierbedrijf en Jacob Breets openbare functies herinneren.