De grote linnenkast (spiegelkabinet) in de salon van het Honig Breethuis moest tijdens het groot onderhoud van 2013 verwijderd worden. Na beëindiging van de werkzaamheden kwam de kast leeg terug en bleef leeg. Het was gastvrouwen Marijke Sman en Piets Bloem een doorn in het oog. Ooit waren de laden gevuld met historische textielstukken waarover iets te vertellen viel aan de bezoekers, maar na het onderhoud was dat over. Dankzij Marijke en Piets is daar verandering in gekomen. Na een paar jaar verzamelen, hebben zij in samenwerking met bestuurslid Floor Meijboom, de kast weer voorzien van linnengoed zoals dat vroeger een ordentelijk huishouden van stand betaamde.

Kostuumvirus
De belangstelling voor historische kostuums en antiek textiel kregen Marijke en Piets toen in 1994 het dorp Zaandijk vijfhonderd jaar bestond. Beiden wonen aan de Lagedijk, Marijke sinds 1976 en Pietsje sinds 1991. Marijke was in die tijd lid van een quiltclub en een van de leden opperde het idee om het feest in Zaans kostuum te vieren.
Piets (geboren in Friesland) weet nog goed hoe haar man Arend Jan en zij in 1994 in het Zaandijkse kostuumcircuit terecht kwamen. Piets: ‘Mijn moeder had het pak van mijn ‘pake’ (opa) uit 1880 bewaard. Het zat Arend-Jan als gegoten, hij kon het zo aan naar het feest. Bijpassend heb ik toen een japon naar de mode van 1880 genaaid.
Marijke’s echtgenoot zag echter geen heil in het dragen van een kostuum, maar een week voor het feest was hij toch om: ‘Ik heb toen vliegensvlug van een oud fluwelen gordijn een pak voor hem genaaid.’ Inmiddels zijn beide dames besmet met het kostuumvirus en sinds 1994 lid van de Zaanse Kaper, de Zaanse historische kostuumvereniging. Intussen bezit Pietsje naast een Zaans kostuum zes modejaponnen, waaronder twee antieke. De oudste, een robe à l’ anglaise, is uit 1770, de jongste een replica van een japon uit 1880. Marijke heeft er zes, waaronder een modejapon uit 1780.

Verborgen schatten
Na de herinrichting van het Honig Breethuis tot woonhuismuseum in 1999 mocht Piets samen met wethouder Schouten van Zaanstad de openingshandeling verrichten. ‘Passend bij de stijl van de inrichting van het huis (de stijlperiode van circa 1820-1830) was ik gekleed in een bordeauxrode tafzijden biedermeier japon. Vaak gaf ik rondleidingen in kostuum. Boven verraste ik de bezoekers door voorzichtig de lades van de linnenkast open te schuiven en ze de daarin de verborgen schatten zoals rokken van Zaans stikwerk en sitsen onderrokken te laten zien. De gasten stonden dan vaak met open mond te luisteren naar de verhalen die ik erover vertelde. Toen het textiel naar het Zaans Museum werd overgeheveld, vonden wij dat als gastvrouwen erg jammer; het bijzondere verhaal achter elk stuk konden we niet meer vertellen.'

Verzamelen
Ook Marijke stoorde zich eraan dat ze bezoekers de geheimen van de kast niet kon laten zien. In de hoop de kast ooit te vullen, is ze authentiek linnengoed gaan verzamelen. Piets hielp haar daarbij. Goede zaken deed Marijke op de jaarlijkse bijeenkomst van de Nederlandse Kostuum Vereniging (NKV) in Maarn. Hier werd behalve vergaderd ook volop gehandeld. De daar gekochte hemden staan nu als soldaatjes, keurig in het gelid, naast de bijbel in de kast. Een aantal hemden is voorzien van een geborduurd monogram ‘RS’, ‘Toevallig de initialen van mijn man’, wijst Marijke lachend aan.
Een andere bron was de uit Nederland afkomstige en in Frankrijk wonende Louise. Marijke ontdekte haar in Gouda op een antiekmarkt. Louise leverde katoenen en linnen servetten, onderbroeken, zakdoeken en lakens.

Vouwkunst
Over het kunstige vouwwerk is goed nagedacht. De linnen lappen die bovenin de kast liggen, zijn aan weerszijden strak naar binnen toe gerold en overlangs vastgenaaid, zodat de rol netjes in vorm blijft. Voor het vouwen van de hemden is eveneens een uitgekiende methode gehanteerd: de monogrammen zitten keurig op dezelfde hoogte. Inspiratie voor vouwtechnieken en de inrichting van de kast hebben de gastvrouwen opgedaan bij musea op Texel en in Markelo en bij Museum Betje Wolff in Middenbeemster.

De kast
Floor Meijboom, bestuurslid collectie en museum, vertelt over de kast: ‘De linnenkast is een paar jaar geleden gerestaureerd, en toen was het advies om de deuren niet zonder ondersteuning open te laten staan. In overleg met het Zaans Museum heeft meubelrestaurator Wibout Loonen afgelopen december een oplossing bedacht om de linnenkast met zijn zware deuren weer (deels) te kunnen openen. Er zijn klossen geplaatst onder drie poten van de kast waardoor hij in zijn geheel een beetje naar achter is gekanteld. Hierdoor gaan de deuren weer makkelijker open en dicht. Ten slotte is er negentig kilo lood op de onderste plank van de bovendeel van de kast gelegd om te voorkomen dat dit deel naar voren neigt bij het openen van de deuren.’

Kappendoos
Op de vraag of er nog iets op Piets’en Marijke’s wenslijstje staat, is het antwoord: ‘Een kappendoos’. Daarin werden alle benodigdheden voor het ‘zetten van de kap’, de hoofdtooi en sieraden bewaard. Ze waren gemaakt van papier of hout: ‘Een houten exemplaar met laatjes zou wel heel mooi passen’, vindt Piets. Marijke verheugt zich er nu al op om tijdens een rondleiding de bezoekers te vragen of iemand weet waarvoor het curieuze ijzeren haakje dient, dat op de onderste plank ligt. Balancerend op één been, doet ze voor hoe je met het haakje de minuscule knoopjes van een rijglaarsje dichtmaakt.
De gastvrouwen zijn blij dat het na veel maren en mitsen toch gelukt is om de kast weer te vullen met degelijk ouderwets linnengoed. Zoals het hoort. En net als de vrouwen des huizes van toen, zijn ze apetrots op ‘hun’ linnenkast. De verhalen kunnen weer verteld worden.